
Iedereen die verliest met 0-13, zal ongetwijfeld wel eens geconfronteerd worden
met de uitdrukking Fanny. In volslagen onschuld vraag je je voorzichtig af, wat
deze uitdrukking dan wel inhoudt.
Aan het eind van de 19de eeuw bij een van de eerste verenigingen (Jouve) in Lyon
had Fanny Dubriand de gewoonte haar achterste te laten zien om spelers die met
0-13 verloren hadden, te vernederen. Waren de verliezers gedwongen haar billen
te kussen? We weten het niet. In ieder geval gebruikt men sindsdien de
uitdrukking: "Émbrasser Fanny" (Fanny kussen of omhelzen).
Volgens een ander verhaal was Fanny aan de vooravond van de eerste wereldoorlog
serveerster in een café in Grand Lemps in het noorden van Frankrijk. Zij liet
zich omhelzen door verliezers die geen enkel punt tijdens een spel behaalden.
Deze omhelzing was een troost, een schadevergoeding. Tot op een dag de
burgemeester van de regio ook bij haar kwam om te worden getroost. Had Fanny
iets tegen hem? Het is in ieder geval zo dat ze boven op een stoel klom, haar
rokken omhoog deed en wat hield ze hem voor? Haar andere wangen, waarop meneer
de burgemeester trouwens zonder blikken of blozen, twee dikke klapzoenen gaf.
Dat was het begin van een lange traditie.
Sindsdien, omdat de spelers niet altijd een lieve Fanny bij de hand, of liever
gezegd aan de lippen hebben, bezitten veel verenigingen een namaak Fanny die ze
op een ereplaatsje hebben staan en waar de winnaars hun slachtoffers mee naar
toe nemen en verplichten met een kniebuiging een kus te geven op de billen van
Fanny. Wanneer het een goede speler betreft die het ongeluk heeft Fanny tegen te
komen, dan halen de wat mindere spelers weer eens opgelucht adem. Hun
zelfvertrouwen is weer wat opgekrikt. Al ben je nog zo goed, de bal blijft rond.
Een prachtige psychologische oplossing om het spel voor iedereen aangenaam te
houden. Een schitterende folkloristische traditie, en een wonderlijk verhaal dat
nog steeds voortleeft.




